Raceplan

Het liefst wil je iedere wedstrijd een PR zwemmen. Maar hoe sneller je gaat, hoe moeilijker dit snelle startwordt. Wat helpt bij het zwemmen van goede races is het opstellen van een raceplan.

Een raceplan is een soort plan van aanpak voor de race die komen gaat. Dit plan is voor iedereen afstand en slag weer anders. Ook voor iedere zwemmers is dit plan anders. Jouw optimale race is helemaal op jouw sterke en minder sterke punten afgestemd en dus is ieders raceplan ook verschillend.

Hier onze tips voor het maken van een speciaal voor jou afgestemd raceplan.

Denk goed na over wat je wilt

Alleen jij voelt hoe je lichaam reageert en daarom voel je vaak zelf wat goed bij jou past. Ben jij niet zo goed in de vlinder benen onder water? Oefen dit dan in de training maar als je weet dat je hier (nog) niet zo snel in bent, laat ze dan zitten in de wedstrijd. Op het moment dat je voelt dat dit in de training beter gaat, kun je dit in de wedstrijd ook toepassen.

Wees niet bang voor iets nieuws

zwemtechniekIets anders of nieuws proberen is soms best eng. Wie weet mislukt het! Maar misschien gaat het juist wel heel goed!

Merk je bijvoorbeeld dat je energie over hebt aan het einde van je race? Probeer dan de volgende keer harder af te gaan op het eerste stuk. Je weet natuurlijk niet van tevoren of dit goed uit zal pakken. Misschien hoort die eindsprint gewoon bij jou… Maar je kunt het altijd proberen. Dan weet je hoe dit uitpakt en wie weet verras je jezelf!

Overleg met anderen

Vaak kijken andere mensen net iets anders naar de situatie dan jij. Vraag daarom aan je trainer wat hij/zij zou adviseren of vraag je teamgenoten hoe zij het aanpakken. Je kunt prima leren van de ervaringen van iemand anders en wellicht zeggen ze iets waar je zelf nog niet aan hebt gedacht.

Plan alles

Oke, misschien is dit wat overdreven voor als je net begint met zwemmen. Maar als je al wat langer mee gaat, kun je over steeds meer dingen gaan nadenken. USWIM-coach Inge Dekker vertelt over haar 100 meter vlinderslag:

“Na de start doe ik 11 beenslagen onder water. De eerste slag adem ik niet en daarna adem ik de hele race 1 op 2. Op de eerste 50 meter doe ik (in een 50 meter bad) 19 slagen. Na het keerpunt doe ik 7 beenslagen onder water en weer adem ik niet de eerste slag na het keerpunt. De terugbaan doe ik 24 slagen. De eerste baan let ik vooral op soepel zwemmen en niet te veel kracht verspillen. Na het keerpunt zoek ik meteen een goede slagfrequentie zodat ik niet “wegzak” in de race. Naar het eind van de 100 meter focus ik op de beenslag en probeer ik zo goed mogelijk af te duwen”.

Plan echt alles

Soms sta je er niet bij stil maar je kunt ook al nadenken over dingen die vooraf gaan aan je race. Hoe ver van tevoren begin je met je warming up? Wanneer eet je voor het laatst iets? Wat doe je het liefst tijdens de warming up zodat je klaar bent voor het leveren van een topprestatie?

Maak aanpassingen

Bedenk na je race wat er goed ging, wat er minder goed ging en hoe je een volgende race aan wilt pakken. Zo werk je toe naar jouw perfecte race!

Omdat we veel vragen krijgen over hoe je een race het best kunt aanpakken, organiseren we tijdens het USWIM CAMP in de meivakantie een speciale workshop over race indeling. Meer weten of dit zwemkamp? Kijk dan snel op deze pagina!

Categories: Nieuws