Hoeveel train jij?

Hoeveel moet ik trainen?

Dit is wederom een vraag die ons regelmatig wordt gesteld. En een waar we eigenlijk geen eenduidig antwoord op hebben. Hoeveel jij moet en wil trainen in namelijk afhankelijk van een heleboel factoren. Hieronder bespreken we de belangrijkste.

USWIM CAMP | ZwemkampLeeftijd

Leeftijd is zeker NIET bepalend in hoeveel en hoe vaak je zou moeten trainen. Er zijn toppers die op jonge leeftijd al veel trainden maar niet elke topper heeft op jonge leeftijd veel getraind.

USWIM coach Inge trainde 7 uur in de week toen ze 2de werd op de EJK in 2001. Zij was toen 15 jaar. Dit is niet zoveel maar toch is het haar gelukt om wereld- en Olympisch kampioen te worden.

Uiteindelijk trainen alle toppers natuurlijk best veel maar de factor trainingsopbouw is voor jonge zwemmers belangrijker.

Opbouw

Als je meer wilt trainen, zorg dan voor een goede opbouw in het aantal trainingsuren. Als je dit seizoen 3 keer per week een uur zwemt, kun je hier volgend seizoen best een extra training aan toe voegen. Of misschien zelfs 2 extra trainingen. Dan kun je het seizoen erop weer wat extra uren toevoegen en zo heb je een mooie opbouw.

Ook al ben je al iets ouder, toch is het raadzaam om te zorgen voor een goede opbouw. Als je bijvoorbeeld in een keer je trainingsuren verdubbeld (misschien omdat leeftijdsgenoten ook al zoveel trainen), kan het zijn dat je hier erg aan moet wennen. Dit wennen kan zich uiten in vermoeidheid of blessures en hier ga je zeker niet harder van zwemmen in de wedstrijd. Dit hoeft natuurlijk niet te gebeuren maar het kan wel.

Zo trainde Inge misschien maar 7 uur op 15 jarige leeftijd, op haar 18de was dit uitgebouwd naar 16 uur. Elk jaar kwamen er een paar uur bij en uiteindelijk kan een goede opbouw zorgen voor blijvende progressie.

Race afstanden

Als je meer van de lange afstanden bent of open water zwemmen erg leuk vindt, zijn extra trainingen echt een toegevoegde waarde. Ben je meer van de 50 en 100 meters? Dan hoeft meer trainen misschien helemaal niet. In Nederland trainen veel topzwemmers 10 keer in de week (zwemtrainingen) maar de afstanden die er in de training worden gezwommen variëren wel erg. Zo zwemt een sprinter ongeveer 40 – 50 kilometer in een zware week terwijl de lange afstand zwemmers de 100 kilometer soms halen! Deze kilometervreters zwemmen dus langer dan de sprinters.

Wat past bij jou?

Er zijn meerdere wegen naar Rome en dit geldt zeker ook voor de topsport. Geen enkele Olympisch kampioen heeft dezelfde route doorlopen. Wat je wel zeker weet is dat de Olympisch kampioen een trainingsritme heeft gevonden wat bij hem/haar past.

Zo traint Sarah Sjostrom (Olympisch kampioen 100 meter vlinder) maar 9 keer per week. Van 10 keer wordt ze te moe en als ze te moe is, kan ze het niveau van haar trainingen niet hoog houden. Een andere Olympisch kampioen, Katinka Hosszu, traint wanneer zij zich goed voelt. Soms is dit ook op zondag terwijl ze al een hele week keihard heeft getraind. En als ze zich een keer wat minder voelt, slaat ze een training over zodat ze even kan bijkomen.

Nu heeft niet iedereen de mogelijkheid om zomaar een extra training toe te voegen maar toch kun je, binnen je eigen mogelijkheden, doen wat het beste bij jou als zwemmer past.

USWIM CAMP | ZwemkampWat wil je?

Het klinkt misschien voor de hand liggend maar als je helemaal geen zin hebt om nog een keer extra te trainen, kun je dat beter niet doen. Met tegenzin naar een training gaan, komt niet ten goede aan je zwemprestaties. Ook als je bijvoorbeeld nog een andere sport doet of als je veel tijd met school bezig wilt zijn, kun je je afvragen wat een extra keer zwemmen in de week toevoegt. Een goede balans tussen alle activiteiten is ook erg belangrijk om hard te kunnen zwemmen. Ga dus bij jezelf te rade wat jij eigenlijk wilt en wat voor jou goed voelt!

Categories: Geen categorie